Fluitende jungle

Na het toeristische zuiden besloot ik mij onder te dompelen in de landelijke omgeving van Badung, niet ver van Ubud. Hier ervaar je een rijke natuur die bestaat uit tropische jungle en overvloedige akkers met rijstplanten. In alle rust scooter je door slaperige dorpjes waar de bewoners nog oprecht nieuwsgierig naar je zijn. Waar kinderen op straat verlegen ‘hello’ zeggen, kippen al kakelend de weg oversteken en honden over de familiehuizen waken. Laat je ‘s avonds verwonderen door een kakafonie van junglegeluiden, zoals fluitende insecten en gekko’s die klinken als een piepende badeend. Om ‘s ochtends uitgerust wakker te worden van kraaiende hanen en opgewekt zingende vogels.

Zo’n 15 km van Ubud bezocht ik het Sengeh Monkey Forest. Niet te verwarren met het Monkey Forest in Ubud. Dit kleine apenbos is rustiger en overzichtelijker dan de bekende grote broer in Ubud, maar zeker zoveel leuker! Op een weids grasveld speelt een groepje apen gemoedelijk met een kokosnoot. En er is een heus apenzwembad waar de makaken doorheen rennen, een duik in nemen of gewoon even een chill momentje pakken.

Omdat Ubud redelijk centraal ligt is het makkelijk om vanuit hier een dagtrip te maken naar de noordelijk gelegen Jatiluwih rijstvelden. Deze terrassen zijn minder beroemd dan het drukbezochte Tegallalan, het gebied daarentegen is groter, weidser, en veel minder druk. Vroeg in de ochtend, als de zon opkomt en het nog mistig is in de verte, vergaap ik mij aan de pure schoonheid die je alleen in Bali zult ervaren.