Duistere koffie

In de omgeving van Ubud zul je al snel naar de bekende rijstvelden van Tegallalang gaan. Zeker doen, ook al vond ik de velden van Jatiluwih mooier, want groter, en minder toeristisch. In Tegallalang vind je wel de fameuze instagram waardige Bali swings die honderden meters hoog over de vallei slingeren.

Iets buiten Ubud vind je de mystieke watertempel Tirta Empul, een van de heiligste tempels van Bali. Van heinde en ver komen Balinezen hier naartoe om zich te laten zegenen. Het water komt uit een natuurlijke bron en zou helende krachten hebben. In twee bassins spuwen fonteinen het heilige water over de hoofden van de hindoes. Bij aankomst kom ik erachter dat je er als toerist ook mag baden. Voor een klein bedrag krijg je een kluisje om je kleding in op te bergen en een sarong om aan te trekken. Je stapt samen met de hindoes het bassin in en gaat de fonteinen af waar je je hoofd onderdompelt. Ondertussen wordt er wierook gebrand en gebeden. Bij mijn tweede duik onder water verloor ik bijna mijn contactlenzen, dus heb ik de rest iets rustiger aan gedaan. Het was een indrukwekkende ervaring en ik voelde ik erna voornamelijk lekker opgefrist.

Bali is dé plek om een koffieplantage te bezoeken. En niet zo maar een koffie. De kostbare Luwak koffie, ook wel bekend als ‘poep koffie’, komt hier vandaan. Koffiebessen worden opgegeten door de Luwak, een civetachtig knaagdier. Deze poept de, inmiddels gefermenteerde, bonen uit waarna ze worden gereinigd en gedroogd, om vervolgens tot koffie te worden vermalen. In de plantage zie je het hele proces en kun je de koffie proeven. Bij de proeverij zitten ook verschillende soorten thee, gemaakt van ingrediënten als geelwortel, gember, citroengras en vanille welke allemaal in de plantage verbouwd worden.